Buitenkansjes
In een gesprek met een paar vriendinnen kwam het onderwerp ervaring ter sprake: hoe die eigenlijk werkt. Al snel ontstond er een speelse metafoor. Het lijkt alsof we voortdurend worden bestookt met reclames – niet op straat of online, maar van binnen. Gedachten die zich aandienen als onweerstaanbare aanbiedingen: 1 + 2 gratis, 4 voor de prijs van 1, en vooral: alle combinaties mogelijk.
Voor je het weet, voelt het alsof je een buitenkansje tegenkomt. Iets wat je eigenlijk niet kunt laten liggen.
Eén van de vriendinnen deelde een herkenbaar voorbeeld. Ze had zich laten verleiden door zo’n aanbieding (instinkertje): een enorme voorraad swifferdoekjes. Handig, makkelijk, efficiënt – het leek de perfecte oplossing voor een schoon en fris huis. Maar eenmaal thuis bleek de realiteit anders. De doekjes verspreidden een geur die allesbehalve aangenaam was. Na het schoonmaken rook niet alleen de kast, maar het hele huis ernaar.
We moesten erom lachen, maar ergens raakte het iets essentieels.
Want is dit niet precies hoe het werkt met gedachten? Ze komen binnen als aantrekkelijke deals. Ideeën die beloven dat iets beter kan, schoner, lichter, leuker. Dat we ons fijner zullen voelen als we erin meegaan. En zelden komt zo’n gedachte alleen. Meestal zit er een complete bundel bij: overtuigingen, verwachtingen, vooruitzichten. Een all-inclusive pakket, inclusief “exclusieve geurtjes” en “extra lang lekker”.
En net als bij die schoonmaakdoekjes, lijkt het op het eerste gezicht een buitenkansje.
Maar wat als we iets over het hoofd zien?
Wat als we vergeten dat er vóór die gedachte helemaal niets mis was? Dat er geen probleem was om op te lossen, niets dat schoongemaakt moest worden? Er was simpelweg helderheid. Openheid. En daarin verscheen plots het idee dat er iets gedaan moest worden.
Er is daar buiten niets, geen wereld waarin we constant bezig moeten zijn om de ervaring te verbeteren of te optimaliseren. Alles wat we ervaren komt van binnenuit. Wat we ervaren, inclusief het gevoel dat er iets ontbreekt of beter moet, verschijnt spontaan in bewustzijn. Net zoals die reclamegedachten spontaan opkomen.
De verleiding zit niet in de gedachte zelf, maar in het geloof erin.
Zodra een gedachte wordt gezien als een waarheid – als iets waarnaar gehandeld moet worden – lijkt er ineens werk te zijn. Er moet gepoetst worden. Er moet iets gefixt, verbeterd, opgelost. Maar zonder dat geloof blijft de gedachte wat het is: een voorbijgaande verschijning, niet anders dan een reclame die je ziet zonder erop in te gaan.
Misschien is de echte buitenkans wel een ‘binnenkans’: het moment waarop je (in)ziet dat daarbuiten niets te doen valt. Dat de ervaring van binnenuit ontstaat. Dat er niets ontbreekt. Dat wat je bent, al compleet is vóór elke gedachte over verbetering verschijnt.
En dat zelfs de neiging om tóch iets te willen doen – om alsnog een doekje te pakken en te gaan poetsen (geeft niets hoor, dat mag gewoon) – gewoon weer zo’n aanbieding (gedachte) is.
Alle combinaties mogelijk.