Spiegels en vensters

Alles wat we om ons heen waarnemen, is een spiegel.
Een weerspiegeling van wat we geloven, van de overtuigingen en concepten waarmee we – vaak onbewust – onze wereld vormgeven. Wat we zien, ervaren en interpreteren, laat zien waarin we geloven en welke aannames we onderweg hebben gedaan.

Spiegels tonen ons niet de buitenwereld, maar onze binnenwereld. Ze laten zien waar we ons aan vasthouden, waar we zekerheid zoeken en waar we grenzen hebben aangebracht. Ze schermen ons af van de eindeloze ruimte, de pure potentie en wijsheid die we in wezen zijn. Zolang we blijven kijken naar de spiegelbeelden, blijven we binnen het bekende kader van ons denken.

Maar wat gebeurt er als we dieper durven kijken?
Als we voorbij de reflectie gaan, voorbij het verhaal dat we onszelf vertellen?

In die diepte lossen we op. Het ‘ik’ dat zichzelf definieert verdwijnt, en wat overblijft is stilte, ruimte, zijn. We verdwijnen niet werkelijk – we komen juist thuis. We worden één met het AL dat we altijd al waren.

Op dat moment veranderen spiegels in vensters.
Vensters naar oneindige mogelijkheden. Niet omdat de wereld verandert, maar omdat ons geloof doorzien wordt. Wanneer we herkennen dat onze overtuigingen slechts tijdelijke constructies zijn, opent zich een werkelijkheid die niet begrensd is door aannames of oude beelden.

Misschien is dat de uitnodiging van elke spiegel:
niet om onszelf te bevestigen, maar om erdoorheen te kijken.